Tag: Norwood-schaal

  • Hoe maak je goede foto’s van je hoofdhuid om je haaruitval te volgen?

    Kort antwoord

    Goede foto's van je hoofdhuid maak je altijd op dezelfde manier: dezelfde vijf standen, hetzelfde daglicht, droog haar van dezelfde lengte, zonder flitser, elke drie maanden. Alleen dan zie je of je haaruitval doorgaat, stilstaat of herstelt, want in de spiegel beoordeel je het slecht. Onderzoekers gebruiken precies zulke gestandaardiseerde foto's om het effect van een behandeling te meten, en een online haarcheck vraagt er ook om.

    Vergelijk de 5 behandelingenVan medisch tot natuurlijk, gerangschikt op bewijs.

    Goede foto’s van je hoofdhuid maak je altijd op dezelfde manier: dezelfde vijf standen, hetzelfde daglicht, droog haar van dezelfde lengte, zonder flitser, elke drie maanden. Alleen dan zie je of je haaruitval doorgaat, stilstaat of herstelt. In de spiegel beoordeel je dat slecht, omdat je elke dag kijkt en je geheugen meebeweegt. Onderzoekers gebruiken precies zulke gestandaardiseerde foto’s om het effect van een behandeling te meten.

    Waarom zie je het in de spiegel niet, maar op een foto wel?

    Omdat erfelijke haaruitval (androgenetische alopecia) langzaam gaat en je ogen eraan wennen. Thuisarts.nl schrijft: “Het kaal worden duurt vaak jaren.” Elke dag ziet je spiegelbeeld er vrijwel hetzelfde uit als gisteren. Pas als een kapper, een foto van een feest of een onverwachte selfie van achteren je verrast, zie je in één keer wat er in twee jaar is verschoven.

    Een foto legt één moment vast en vergelijkt niet met gisteren maar met een kwartaal geleden. Dat is ook waarom studies ermee werken. In de registratiestudies van finasteride bij 1.553 mannen van 18 tot 41 jaar (Kaufman en collega’s, 1998) werd het effect op twee manieren gemeten: door haren te tellen op een vast stukje kalende kruin van 5,1 cm2, en met “globale fotografische beoordeling”: gestandaardiseerde foto’s van de kruin die beoordeelaars naast elkaar legden zonder te weten wie welk middel kreeg. In de 5-jaarsanalyse van dezelfde studies (Kaufman en collega’s, 2008) was die foto-beoordeling de basis voor de uitkomst dat finasteride de kans op verder zichtbaar haarverlies met 93 procent verkleinde ten opzichte van placebo.

    Als foto’s goed genoeg zijn voor een registratiedossier, zijn ze goed genoeg voor jou. Maar alleen als je ze op dezelfde manier maakt.

    Welke vijf foto’s heb je nodig?

    Je hebt vijf vaste standen nodig, omdat erfelijke haaruitval op drie plekken begint en het achterhoofd de vergelijkingsmaat is. De Norwood-schaal, waarmee artsen het stadium indelen, kijkt naar de haarlijn, de slapen en de kruin. In een bevolkingsonderzoek van Rhodes en collega’s (1998) onder gezonde mannen van 18 tot 49 jaar beoordeelde een getrainde observator elke man op die schaal: 42 procent had matig tot uitgebreid haarverlies (type III of verder), oplopend van 16 procent bij 18 tot 29 jaar tot 53 procent bij 40 tot 49 jaar. Twaalf procent had vooral een terugwijkende haarlijn.

    Stand Hoe Wat je erop volgt
    1. Haarlijn van voren Recht van voren, haar naar achteren, wenkbrauwen in beeld als vaste maat Hoogte van de haarlijn, diepte van de inhammen
    2. Linkerslaap Hoofd een kwartslag gedraaid, oor in beeld Inham en de hoek bij de slaap
    3. Rechterslaap Zelfde als 2, andere kant Verschil links en rechts (vaak niet gelijk)
    4. Kruin van boven Telefoon recht boven het hoofd, timer of hulp Doorzichtige plek rond de kruinwervel, breedte van het middenpad
    5. Kruin van schuin achter Vanaf ooghoogte, iets boven, hoofd licht gebogen Overgang van de kruin naar het achterhoofd, dat dik hoort te blijven

    Het achterhoofd op foto 5 is je ijkpunt. De haarwortels daar zijn bij erfelijke haaruitval ongevoelig voor DHT (dihydrotestosteron) en blijven dikke haren maken. Als de kruin dunner wordt en het achterhoofd niet, zie je het erfelijke patroon. Wordt alles dunner, ook achter, dan is er iets anders aan de hand. Waarom dat zo is, staat in Waarom word je kaal op je kruin en bij je slapen, maar niet op je achterhoofd?.

    Hoe houd je de omstandigheden gelijk?

    Je houdt licht, afstand, haarlengte en vochtigheid gelijk, want elk van die vier kan een verschil van maanden nabootsen of verbergen. Een checklist:

    1. Daglicht, geen flitser. Een flits van dichtbij maakt elke hoofdhuid wit en elke kruin kaal. Sta bij hetzelfde raam, op hetzelfde uur, met de rug of de zij naar het raam. Noteer welk raam.
    2. Droog haar. Nat haar plakt en laat de hoofdhuid zien. Fotografeer altijd droog, minstens een uur na het douchen.
    3. Dezelfde lengte. Kort haar laat meer hoofdhuid zien dan lang haar. Maak de foto’s steeds een week na de kapper, of altijd vlak ervoor. Wissel niet.
    4. Geen product. Gel, wax en poeder veranderen hoe dicht het haar lijkt. Schoon en droog, zonder iets erin.
    5. Dezelfde afstand en hoek. Zet een stuk tape op de vloer voor je voeten en een voor de telefoon, of gebruik een vaste plek op een plank. Voor de kruin: de telefoon op een vaste hoogte boven je hoofd.
    6. Dezelfde telefoon en lens. Wissel je van telefoon, maak dan één keer beide sets op dezelfde dag, zodat je een overgangspunt hebt.
    7. Elke drie maanden, niet vaker. Vaker geeft ruis: de lengte verschilt, de belichting verschilt, en het proces gaat te langzaam om in weken te zien.

    Wie dit vier keer per jaar doet, heeft na een jaar vier sets van vijf foto’s. Leg steeds foto 4 van nu naast foto 4 van een jaar geleden. Dat is de enige vergelijking die telt.

    Wat zie je op een foto wel, en wat niet?

    Op een foto zie je dichtheid en patroon, maar geen dikte per haar. Onderzoekers van de Lacharrière en collega’s (2001) vonden dat de diversiteit in haardikte, dikke en dunne haren door elkaar op dezelfde plek, “het belangrijkste en meest nauwkeurige klinische kenmerk” is dat samenhangt met het kleiner worden van de haarwortel. Dat zie je met een dermatoscoop, een vergrootglas met licht, niet met een telefoon op armlengte.

    Dat betekent dat een foto het begin kan missen. De eerste fase van erfelijke haaruitval is dat haren op de kruin dunner en korter terugkomen, niet dat ze verdwijnen. Pas als genoeg wortels klein zijn geworden, wordt de hoofdhuid zichtbaar en zie je het op de foto. Wat dat verschil tussen minder haar en dunner haar inhoudt, staat in Is mijn haar dunner of heb ik minder haar?. En de signalen die je eerder kunt opmerken dan de foto, staan in Wat zijn de eerste tekenen van kaal worden?.

    Een hulpmiddel voor de kruin: zet je telefoon op maximale zoom en fotografeer bij daglicht van dichtbij, zodat je losse haren kunt onderscheiden. Zie je op dezelfde vierkante centimeter dikke en veel dunnere haren door elkaar, dan is dat het kenmerk dat de Lacharrière beschrijft.

    Waarom vraagt een online haarcheck om foto’s?

    Omdat de arts op afstand hetzelfde patroon beoordeelt dat jij thuis volgt. Een systematische review van 78 studies naar dermatologie op afstand (Warshaw en collega’s, 2011) vond dat “de algehele mate van juistheid van het beleid gelijkwaardig was” aan een bezoek aan de kliniek, met een kortere tijd tot behandeling. Ongeveer twee derde van de studies vond wel dat de diagnose in de kliniek preciezer was, vooral bij verdachte huidplekken. Een duidelijk erfelijk patroon is op goede foto’s goed te beoordelen; een vage of onscherpe foto niet.

    Dezelfde vijf standen die je voor jezelf maakt, zijn dus ook de foto’s die een arts nodig heeft. Wie ze al heeft, kan bovendien laten zien hoe snel het gaat, en dat is informatie die een eenmalig consult niet oplevert. Wat een arts op afstand wel en niet kan zien, staat in Is een online haarcheck betrouwbaar?.

    Heb je na twee sets foto’s het patroon gezien, dan is de volgende vraag welke aanpak daarbij past. Het overzicht van medisch tot natuurlijk, gerangschikt op bewijs, staat in de vergelijking van de vijf behandelingen.

    Vergelijk de 5 behandelingenVan medisch tot natuurlijk, gerangschikt op bewijs.

    Veelgestelde vragen

    Welke foto's heb ik nodig om mijn haaruitval te volgen?

    Vijf standen: de haarlijn van voren, de kruin van boven, de kruin van achteren, en beide slapen van opzij. Maak ze elke drie maanden op dezelfde plek, bij hetzelfde daglicht, met droog haar van dezelfde lengte.

    Waarom zie ik het verschil niet in de spiegel?

    Omdat je elke dag kijkt en je geheugen zich aanpast. Erfelijke haaruitval gaat jaren langzaam door; een klein verschil in dichtheid valt in de spiegel niet op, op twee foto's van een jaar uit elkaar wel.

    Hoe fotografeer ik mijn eigen kruin?

    Zet je telefoon op een timer of laat iemand anders de foto maken, van recht boven en van schuin achter. Een spiegel achter je werkt ook, maar dan spiegelt het beeld en wisselt de belichting; kies een methode en houd die aan.

    Hoe vaak moet ik foto's maken?

    Elke drie maanden is genoeg. Vaker geeft geen extra informatie, want het proces gaat langzaam en de haarlengte verschilt dan te veel. Zet een herinnering op de eerste van het kwartaal.

    Kan een arts op foto's zien of het erfelijk is?

    Vaak wel, als het patroon duidelijk is: kruin en slapen dunner, achterhoofd dik. Een systematische review van 78 studies vond dat het beleid bij dermatologie op afstand over het geheel gelijkwaardig was aan een bezoek, al was de diagnose in de kliniek vaker preciezer.

    Bronnen

    Mees Akkerslaan

    Over dit artikel. Geschreven door Mees Akkerslaan, Redacteur en auteur van haarverlies.org. Gepubliceerd 1 november 2026. haarverlies.org is een uitgave van Kádeso Labs. Dit artikel is algemene informatie en geen medisch advies. Resultaten verschillen per persoon.
    Vergelijk de 5 behandelingenVan medisch tot natuurlijk, gerangschikt op bewijs.

  • Haaruitval op je 30e: waar sta je dan op de Norwood-schaal?

    Kort antwoord

    De Norwood-schaal deelt erfelijke haaruitval bij mannen in zeven stadia in, van een volle haarlijn tot alleen een krans. Wie rond zijn 30e haaruitval ziet, zit vaak in stadium 2 of 3: inhammen, soms met een dunne kruin. In een Amerikaanse studie had 16 procent van de mannen van 18 tot 29 jaar stadium 3 of verder, en 53 procent van de mannen van 40 tot 49.

    Vergelijk de 5 behandelingenVan medisch tot natuurlijk, gerangschikt op bewijs.

    De Norwood-schaal deelt erfelijke haaruitval bij mannen in zeven stadia in. Wie rond zijn 30e haaruitval ziet, zit vaak in stadium 2 of 3: de haarlijn is bij de slapen teruggeweken, soms met een dunner wordende kruin. Dat is geen uitzondering. In een studie onder mannen van 18 tot 49 jaar had 42 procent stadium 3 of verder.

    Wat is de Norwood-schaal?

    De Norwood-schaal is de standaard waarmee artsen beschrijven hoe ver erfelijke haaruitval (androgenetische alopecia) bij een man gevorderd is. De Amerikaanse arts O’Tar Norwood publiceerde de indeling in 1975. Hij baseerde hem op het patroon bij 1.000 mannen.

    De schaal loopt van 1 tot 7. Hoe hoger het getal, hoe meer haar er weg is. De schaal beschrijft alleen het patroon. Hij zegt niets over de oorzaak en niets over hoe snel het gaat.

    Wat houden de zeven stadia in?

    Elk stadium beschrijft hoe ver de haarlijn is teruggeweken en hoe de kruin eruitziet.

    Stadium Wat je ziet Hoe je het merkt
    1 Volle haarlijn, geen zichtbaar verlies Niets
    2 Lichte inhammen bij de slapen Het voorhoofd lijkt iets hoger op foto’s
    3 Diepe inhammen. Het eerste stadium dat als kaalheid telt De kapper of een vriend zegt er iets over
    3 vertex Inhammen plus een dunne plek op de kruin Je ziet de kruin in een foto van achteren
    4 Diepe inhammen en een kale kruin, met een band haar ertussen De hoofdhuid schijnt door bij fel licht
    5 De band tussen voorkant en kruin wordt smal en dun Stylen verbergt het niet meer
    6 Voorkant en kruin lopen in elkaar over Alleen de zijkanten en achterkant zijn nog vol
    7 Alleen een krans rond de zijkanten en het achterhoofd De bovenkant is glad

    Norwood beschreef daarnaast een variant waarbij de haarlijn als geheel van voor naar achter schuift, zonder aparte kale kruin. Dat heet type A. Rhodes en collega’s (1998) vonden dat patroon bij 12 procent van de mannen in hun onderzoek.

    Waar staan de meeste mannen rond hun 30e?

    Een flink deel van de mannen van rond de 30 heeft al stadium 3 of verder. Rhodes en collega’s (1998) lieten een getrainde beoordelaar mannen van 18 tot 49 jaar indelen op de Norwood-schaal. Het ging om gezonde mannen uit de gewone bevolking, niet om patiënten van een kliniek.

    De cijfers:

    • Van alle mannen van 18 tot 49 jaar had 42 procent stadium 3 of verder.
    • Bij mannen van 18 tot 29 jaar was dat 16 procent.
    • Bij mannen van 40 tot 49 jaar was dat 53 procent.

    Een man van 30 zit precies tussen die twee groepen in. Reken het om naar een vriendengroep van tien mannen van eind twintig: gemiddeld hebben er dan een of twee al diepe inhammen of een dunne kruin. In een groep van tien mannen van in de veertig zijn dat er ruim vijf.

    De lichtere vormen tellen in die cijfers niet mee. Stadium 2, de eerste inhammen, komt dus nog vaker voor. De eerste auteur werkte bij een fabrikant van een middel tegen haaruitval. De indeling zelf gebeurde volgens de standaardschaal.

    Ter vergelijking het eindpunt: volgens Thuisarts.nl heeft 8 op de 10 mannen van 70 jaar met kaal worden te maken.

    Hoe bepaal je zelf je stadium?

    Je bepaalt je stadium met drie foto’s en eerlijk licht. De spiegel is hier een slechte raadgever, omdat je jezelf elke dag ziet.

    1. Van voren. Kam of duw het haar naar achteren. Fotografeer de haarlijn recht van voren en schuin van beide kanten.
    2. Van boven. Houd de camera boven je hoofd, of laat iemand de foto maken.
    3. De kruin. Laat iemand van achteren een foto maken, bij daglicht.

    Vergelijk daarna:

    • Loopt de haarlijn bij de slapen recht of maakt hij een M-vorm? Een duidelijke M is stadium 2 of 3.
    • Hoe diep zijn de inhammen? Lichte inhammen passen bij stadium 2, diepe inhammen bij stadium 3 of hoger.
    • Zie je op de kruin hoofdhuid door het haar heen? Dan is het een vertex-vorm.
    • Is het haar tussen voorkant en kruin nog even dik als op je achterhoofd?

    Bewaar de foto’s. Maak over zes maanden dezelfde foto’s op dezelfde plek. Het verschil tussen die twee sets zegt meer dan het stadium van vandaag. De vroege signalen staan uitgewerkt in Wat zijn de eerste tekenen van kaal worden?.

    Hoe snel schuif je op naar het volgende stadium?

    Dat verschilt per man en is niet te voorspellen. Thuisarts.nl schrijft dat het kaal worden vaak jaren duurt. Het gaat meestal in golven: een periode waarin het zichtbaar minder wordt, dan een tijd waarin het stil lijkt te staan.

    Twee dingen zijn wel bekend:

    • Hoe jonger het begint, hoe verder het meestal komt. Stadium 3 op je 25e is een ander vooruitzicht dan stadium 3 op je 45e.
    • Het stopt niet vanzelf. De oorzaak, de gevoeligheid van de haarwortel voor DHT (dihydrotestosteron), blijft bestaan.

    Wie al op zijn 25e iets ziet, vindt meer in Kaal worden op je 25e.

    Wat betekent je stadium voor wat nog kan?

    Het stadium bepaalt hoeveel er nog te behouden valt. Bij erfelijke haaruitval krimpt de haarwortel stap voor stap. Whiting (2001) beschreef dat proces, miniaturisatie, als een geleidelijke overgang van dik haar naar donshaar. Zolang de haarwortel nog een haar maakt, hoe dun ook, is er iets te behouden. Een plek die helemaal glad is, komt niet terug.

    Dat maakt de stadia ongelijk:

    • Stadium 2 en 3. Het meeste haar staat er nog. Hier valt het meeste te behouden.
    • Stadium 4 en 5. Een deel is weg. Wat er nog staat, vaak dun haar op de kruin en de band ertussen, is nog te behouden.
    • Stadium 6 en 7. De bovenkant is grotendeels kaal. Medicijnen brengen dat niet terug.

    Het Farmacotherapeutisch Kompas, het naslagwerk voor artsen en apothekers, noemt finasteride voor “vroege stadia van androgene alopecia” bij volwassen mannen tot en met 41 jaar. Stabilisatie van het haarverlies is volgens het Kompas te verwachten na 3 tot 6 maanden behandeling. Het doel is dus behouden, niet terugkrijgen. Zie ook Kan haar terugkomen na kaal worden?.

    Op je 30e in stadium 2 of 3 zitten is dus geen reden voor paniek. Het is wel het moment waarop een keuze het meeste oplevert: niets doen en het accepteren, of iets doen terwijl er nog veel staat. Beide zijn geldig. Wat er mogelijk is, staat in de vergelijking van de 5 behandelingen.

    Vergelijk de 5 behandelingenVan medisch tot natuurlijk, gerangschikt op bewijs.

    Veelgestelde vragen

    Is haaruitval op je 30e normaal?

    Ja. In een studie onder mannen van 18 tot 49 jaar had 42 procent matige tot uitgebreide haaruitval. Bij mannen van 18 tot 29 jaar was dat 16 procent, bij mannen van 40 tot 49 jaar 53 procent.

    Wat is de Norwood-schaal?

    Een indeling in zeven stadia van erfelijke haaruitval bij mannen. O'Tar Norwood publiceerde hem in 1975 op basis van 1.000 mannen. Stadium 1 is een volle haarlijn, stadium 7 alleen nog een krans.

    Hoe bepaal ik zelf mijn Norwood-stadium?

    Maak foto's van voren, van boven en van de kruin, met het haar naar achteren. Vergelijk de haarlijn bij de slapen en de dichtheid op de kruin met de beschrijving per stadium.

    Hoe snel ga je van het ene stadium naar het volgende?

    Dat verschilt per man en is niet te voorspellen. Volgens Thuisarts.nl duurt kaal worden vaak jaren. Hoe jonger het begint, hoe verder het meestal komt.

    Vanaf welk Norwood-stadium heeft behandelen nog zin?

    Behandelen is gericht op behouden van wat er nog staat. Het Farmacotherapeutisch Kompas noemt finasteride voor vroege stadia. Op plekken die helemaal kaal zijn, komt geen haar terug.

    Bronnen

    Mees Akkerslaan

    Over dit artikel. Geschreven door Mees Akkerslaan, Redacteur en auteur van haarverlies.org. Gepubliceerd 15 oktober 2026. haarverlies.org is een uitgave van Kádeso Labs. Dit artikel is algemene informatie en geen medisch advies. Resultaten verschillen per persoon.
    Vergelijk de 5 behandelingenVan medisch tot natuurlijk, gerangschikt op bewijs.